Biodiversiteit het jaar rond. De natuur verandert met de seizoenen. Ontdek wat je elke maand kunt zien, doen en niet doen om de biodiversiteit te ondersteunen.
TIPS HET JAAR ROND

Wat doe je wanneer per maand?
Januari is de stilste maand in de tuin maar juist dan is de ecologische basis cruciaal. Hoewel het bovengronds vaak kaal, nat of bevroren is, gebeurt er ondergronds nog veel: het bodemleven is langzaam actief, sommige insecten en planten rusten, en vogels zoeken voedsel en schuilplekken.
Vanuit een biologisch, ecologisch en biodiversiteitsperspectief is januari vooral een maand van beschermen, observeren en plannen, zonder te verstoren.
Tips:
1. Laat de bodem met rust
- Niet spitten of woelen – het bodemleven (wormen, schimmels, bacteriën) is traag actief.
- Laat mulch en bladlagen liggen op borders, bedden en paden → isolatie en voeding.
- Voeg eventueel een dun laagje compost toe op kale plekken – als voeding voor het voorjaar.
In januari voed je de bodem niet actief – je beschermt haar door niets te doen.
2. Blad, takken, stengels laten liggen
- Holle stengels van bloemen en kruiden laten staan – daarin overwinteren insecten.
- Laat rommelhoekjes onaangeroerd – kevers, spinnen, kikkers en egels zitten erin verscholen.
- Geen winteropruiming! → wat dood lijkt, is schuilplek of woning.
De tuin is nu een hotel voor overwinteraars — elke opruimactie vernietigt levens.
3. Vogels ondersteunen
- Hang voedersilo’s en vetbollen (zonder netten) op – vooral bij vorst of sneeuw.
- Voorzie vogels van vers water – ververs regelmatig als het bevriest.
- Zorg voor beschutte plekjes in struiken, klimplanten of takkenhopen.
Vogels helpen betekent: voedsel + schuilplek, niet alleen bijvoeren.
4. Zaaiplanning & biodiversiteitsplan maken
- Maak een zaaikalender voor biologische en inheemse soorten.
- Bestel zaden van wilde bloemen, combinatieteelt, en vlinder- of bijvriendelijke planten.
- Plan plekken voor: water, wilde hoekjes, schaduwplekken, struiken of bomen.
Wat je nu plant of bedenkt, maakt straks het verschil voor bijen, vogels en bodemleven.
5. Verzamel en zaai koudekiemers
- Zaaien van zogeheten ‘koudekiemers’ kan nu nog buiten (bv. wilde margriet, beemdkroon, duifkruid).
- Zaaien in potten buiten of in kistjes met afwatering → kou is nodig voor kiemrust.
- Denk aan soorten als: klaproos, knoopkruid, korenbloem, slangenkruid.
Winterkou is nodig voor de natuurlijke kiemcyclus van veel wilde bloemen.
6. Niet verstoren = beschermen
- Gebruik geen bladblazer, hakselaar of robotmaaier.
- Loop niet door rommelige hoekjes of onder heggen – daar rusten egels en andere dieren.
- Stilte is bescherming – voor alles wat overwintert.
Januari is dé maand waarin ‘niets doen’ het meeste oplevert voor biodiversiteit.
- 7. Observeer sporen van leven
- Zoek sporen van vogels, muizen, egels, of insecten (pootafdrukken, keutels, vogelgeluiden).
- Let op microklimaten in je tuin: waar ligt altijd rijp, waar blijft het droog?
- Noteer wat je ziet — het helpt bij beter plannen in het voorjaar.
Zelfs in de winter leeft de tuin — je moet alleen leren kijken.
In januari laat je alles met rust: je beschermt de bodem, biedt schuilplekken, observeert in stilte, en plant vooruit – zodat de tuin straks als compleet ecosysteem ontwaakt.
Februari is een maand waarin de tuin nog in winterslaap lijkt, maar langzaam de eerste tekenen van het voorjaar zich al laten zien. Vanuit een biologisch, ecologisch en biodiversiteitsperspectief is februari een maand van voorbereiden, voorzichtig opstarten en vooral: rust respecteren.
Tips:
1. Bodem beschermen en voorbereiden
- Blijf de bodem bedekt houden met mulch, bladeren en compost.
- Maak kleine, lichte ingrepen mogelijk als de grond niet bevroren is, bijvoorbeeld het verspreiden van compost op bedden.
- Begin met het afdekken van groentebedden als dat nog niet is gedaan.
Bodemleven begint voorzichtig weer actief te worden, geef het tijd en voeding.
2. Laat blad en plantenresten liggen
- Holle stengels en uitgebloeide planten laat je staan – insecten beginnen zich te roeren en maken gebruik van deze overwinteringsplekken.
- Verwijder alleen zieke plantenresten, maar laat het meeste natuurlijk liggen.
- Blijf blad liggen op de bodem voor bescherming en voeding.
Plantenresten zijn hotels en voedselbronnen voor insecten en andere dieren.
3. Vroege voorjaarsbloeiers planten en zaaien
- Plant bollen zoals sneeuwklokjes, krokussen en winterakonieten als dat nog niet gedaan is.
- Zaai koudekiemers buiten zoals wilde margriet, korenbloem en beemdkroon.
- Zaaien in koude bak of kas kan ook om het seizoen een beetje te vervroegen.
Vroege bloei geeft voedsel aan de eerste bijen en vlinders.
4. Vogels helpen in de overgang naar het voorjaar
- Blijf bijvoeren bij vorst of sneeuw, vooral met zaden, vetbollen zonder netje en vers water.
- Maak nestkasten schoon als je dat nog niet deed (pas op voor overwinterende dieren!).
- Hang eventueel nieuwe nestkasten op voor mezen en andere vogels.
Voedsel en veilige nestplekken zijn cruciaal net vóór het broedseizoen.
5. Schuilplaatsen en overwinteraars respecteren
- Laat rommelhoekjes en takkenhopen met rust – egels en andere dieren zijn nog steeds in winterslaap of net aan het ontwaken.
- Loop zo min mogelijk in die gebieden om verstoring te voorkomen.
Rust en veiligheid in februari bevorderen het herstel van dieren na de winter.
6. Observeren en plannen
- Kijk goed waar het voorjaar op gang komt: waar bloeit het eerst? Waar zijn vogels actief?
- Plan je biodiversiteitsscreening en nieuwe aanplant voor het voorjaar.
- Noteer succes en uitdagingen van het afgelopen seizoen.
Observatie helpt je om beter te begrijpen wat jouw tuin nodig heeft.
Februari is de maand van voorzichtig ontwaken: bescherm de bodem, laat natuurstructuren intact, begin met vroege aanplant, en respecteer de rust van overwinteraars.
Maart is de maand van nieuw leven, groei en ontwaken in de tuin. Vanuit een biologisch, ecologisch en biodiversiteitsperspectief is het dé tijd om actief te starten, maar met respect voor het natuurlijke ritme.
Tips:
1. Bodem activeren en voeden
- Begin met mulchen van groentebedden en borders met compost, blad of stro.
- Werk licht de compost door de bovenlaag van de bodem (niet spitten!).
- Zaai groenbemesters zoals veldbonen of klaver om de bodemstructuur te verbeteren.
Een gezonde bodem zorgt voor gezonde planten.
2. Zaaien en planten
- Zaai nu groenten als sla, spinazie, radijs en wortel (koudetolerant).
- Plant vaste planten en struiken (inheemse soorten verdienen de voorkeur).
- Zaaien van wilde bloemen kan ook beginnen, voor meer insecten in de zomer.
Het nieuwe groeiseizoen start nu echt!
3. Ondersteun bijen en andere insecten
- Plaats insectenhotels of maak holle stengels toegankelijk.
- Plant of zaai vroegbloeiende planten zoals sleedoorn, winterakoniet en stinzenplanten.
- Vermijd het gebruik van pesticiden of chemicaliën.
Vroege bloemen geven voedsel aan de eerste bijen en hommels.
4. Vogels helpen en nestkasten klaarzetten)
- Controleer en maak nestkasten schoon als dat nog niet gebeurd is.
- Hang nieuwe nestkasten op tijd op voor broedvogels.
- Bied vogelvoer aan als het weer nog koud is.
Help vogels een succesvolle broedperiode te starten.
5. Snoeien met beleid
- Snoei fruitbomen en struiken vroeg in maart – vóór de sapstroom op gang komt.
- Snoei alleen waar nodig en laat natuurlijke structuren zoveel mogelijk intact.
Snoeien stimuleert groei zonder de biodiversiteit te schaden.
6. Observeren en plannen
- Let op de eerste bloei en insectenactiviteit.
- Plan je biodiversiteitsverbeteringen en nieuwe projecten.
- Hou een tuindagboek bij voor toekomstige referentie.
Goed plannen zorgt voor een bloeiende en gezonde tuin.
Maart is de maand van ontwaken en beginnen: voed de bodem, zaai en plant, help insecten en vogels, en snoei met zorg om een biodivers voorjaar te stimuleren.
In april begint het groeiseizoen echt op gang te komen. Vanuit een biologisch, ecologisch en biodiversiteitsperspectief zijn er tal van belangrijke tuinactiviteiten die bijdragen aan een gezond ecosysteem in je tuin. Hier zijn de belangrijkste.
Tips:
1. Bodemleven activeren
- April is ideaal om het bodemleven te stimuleren, dat de basis vormt voor een gezonde tuin.
- Compost verspreiden: Rijk aan micro-organismen die het bodemleven versterken.
- Mulchen: Beschermt de bodem, houdt vocht vast en voedt bodemorganismen.
- Geen zware grondbewerking: Spitten verstoort schimmels en wormen.
Doel: Gezonde, levende bodem = betere planten = meer voedsel voor insecten en dieren.
2. Inheemse planten zaaien of planten
- Inheemse planten zijn perfect aangepast aan het lokale klimaat en trekken meer lokale insecten aan.
- Zaaien van wilde bloemen (bv. margriet, korenbloem, klaproos).
- Heesters en vaste planten planten zoals meidoorn, vlier of wilde roos.
- Vermijd invasieve exoten (bv. Japanse duizendknoop).
Doel: Voedsel en schuilplaats bieden voor bijen, vlinders, vogels, etc.
3. Snoeien met oog voor leven
- April is vaak het laatste moment om te snoeien voor het broedseizoen begint.
- Check op vogelnesten voordat je snoeit!
- Laat delen van takken of struiken staan voor nestgelegenheid.
- Laat dode takken liggen op een stapeltje als schuilplek voor insecten.
Doel: Behoud van broedplekken en biodiversiteit in het ecosysteem.
4. Bloeiers voor bestuivers
- Bestuivers zijn vanaf april weer actief. Zorg voor voldoende nectar en stuifmeel.
- Bloembollen zoals krokus en blauwe druif (vanaf maart).
- Vroege bloeiers zoals longkruid, hondsdraf, vergeet-me-nietjes.
- Zorg voor bloei over het hele seizoen.
Doel: Voedselbron voor bijen, hommels, zweefvliegen, vlinders.
5. Geen pesticiden of kunstmest
- Chemische middelen doden niet alleen plagen, maar ook nuttige insecten en micro-organismen.
- Gebruik natuurlijke methodes: afrikaantjes tegen aaltjes, knoflookspray tegen bladluizen.
- Bouw nuttige relaties op: lok lieveheersbeestjes, egels en vogels.
Doel: Ondersteun het natuurlijke evenwicht.
6. Habitat creëren
- April is het perfecte moment om onderkomens voor dieren te maken of te herstellen.
- Insectenhotel ophangen.
- Vogelhuisjes controleren of schoonmaken.
- Takkenrillen of steenhopen maken voor egels, kikkers, wilde bijen.
Doel: Meer soorten aantrekken = rijkere biodiversiteit.
7. Water in de tuin houden
- Water is cruciaal voor veel organismen in de tuin.
- Een kleine vijver of waterbak helpt kikkers, libellen en vogels.
- Laat regenwater infiltreren, gebruik geen verharding waar het niet hoeft.
Doel: Meer soorten ondersteunen, droogtebestendigheid verbeteren.
April is de maand om leven te laten ontwaken in je tuin door te zorgen voor voedsel, schuilplaatsen, bloei, en bodemgezondheid — zonder gif en mét aandacht voor natuurlijke processen.
In mei barst de natuur echt los: alles groeit, bloeit en leeft. Dat betekent dat je als tuinier veel kunt doen om je tuin biologisch, ecologisch en biodivers in balans te houden of te versterken.
Hieronder de belangrijkste activiteiten in mei, specifiek bekeken vanuit:
Biologisch perspectief → gericht op bodem, planten en natuurlijke processen
Ecologisch perspectief → gericht op samenhang en relaties tussen soorten
Biodiversiteitsperspectief → gericht op het aantrekken en behouden van soortenrijkdom
Tips:
1. Zorg voor de bodem
- Mulch aanvullen: met gras, bladeren, compost of stro om uitdroging te voorkomen.
- Compost toevoegen rond planten: voeding voor planten én bodemleven.
- Geen spitten of frezen: hou het bodemleven intact.
Gezonde bodem = betere weerbaarheid tegen droogte en plagen.
2. Zorg voor continue bloei
- In mei is het cruciaal dat er voedsel is voor bestuivers zoals bijen, vlinders en zweefvliegen.
- Bloemen zaaien zoals phacelia, boekweit, goudsbloem, bijenmixen.
- Laat bloemen in het gazon staan (bv. madeliefjes, klaver, paardenbloem).
- Vroege zomerbloeiers planten zoals kattenkruid, duizendblad, margrieten.
Nectar en stuifmeel = voedsel voor vele insectensoorten.
3. Natuurlijk plaagbeheer
- Laat plagen (bv. bladluizen) even met rust: natuurlijke vijanden zoals lieveheersbeestjes komen vaak vanzelf.
- Vogels en egels helpen je met slakkenbestrijding.
- Gebruik geen chemische middelen (ook niet de ‘biologische’ pesticiden als Pyrethrum).
Streef naar een natuurlijk evenwicht — niet naar een plaagvrije tuin.
4. Rust voor nestelende dieren
- Niet snoeien! (tenzij het echt moet): vogels zijn volop aan het broeden.
- Laat dichte struiken en hagen met rust.
- Laat rommelhoekjes en takkenrillen ongemoeid.
Nestgelegenheid is essentieel voor vogels, egels en insecten.
5. Groenten en kruiden in de volle grond
- Mei is dé maand om veel groenten en kruiden te zaaien of uit te planten:
- bonen, courgette, pompoen, tomaat, basilicum, etc.
- Plant combinaties die elkaar helpen (bv. wortel en ui tegen wortelvlieg).
- Gebruik eigen compost of biologische meststoffen.
Gezonde planten in gezonde grond trekken minder plagen aan.
6. Waterbeheer
- Vang regenwater op (regenton) en gebruik het voor gietbeurten.
- Houd een klein waterreservoir of vijver open voor kikkers, libellen, vogels.
- Zorg voor schaduw en beschutting rond het water.
Water trekt leven aan en helpt dieren in droge periodes.
7. Onderhoud van wilde plekken
- Maai niet alles: laat stukjes gras of wilde bloemen ongemoeid.
- Laat zaadkoppen en uitgebloeide bloemen staan voor insecten en vogels.
- Ruim niet te netjes op – rommelhoekjes zijn waardevol.
Wilde plekken zijn toevluchtsoorden voor een breed scala aan soorten.
8. Inheemse zaden zaaien
- Begin mei is perfect om een bloemenweide of berm met inheemse soorten in te zaaien.
- Denk aan soorten als: korenbloem, gele ganzenbloem, knoopkruid, beemdkroon.
Inheemse soorten bieden betere voeding en leefgebied voor lokale fauna.
In mei draait alles om leven laten groeien zonder te verstoren: voed bodem en bloemen, ondersteun natuurlijke kringlopen en laat ruimte voor insecten, vogels en kleine dieren.
In juni is de tuin op z’n hoogtepunt qua groei, bloei en biodiversiteit. De dagen zijn lang, het bodemleven is actief, en allerlei dieren – van insecten tot vogels – zijn volop in de weer. Vanuit een biologisch, ecologisch en biodiversiteitsperspectief is juni dé maand om het natuurlijke evenwicht te behouden en te versterken.
Hier zijn de belangrijkste ecologisch verantwoorde tuinactiviteiten in juni.
Tips:
1. Zorg voor een levende, voedende bodem
- Mulch regelmatig bij: juni kan al heet en droog zijn. Gebruik stro, gras, bladeren of houtsnippers.
- Geef liever weinig en diep water: zo stimuleer je diepe wortels.
- Voer bij met compostthee of plantenextracten (zoals smeerwortelgier).
Sterke planten en een actief bodemleven = natuurlijke weerbaarheid tegen droogte en ziekte.
2. Beheer bloei voor biodiversiteit
- Zorg voor continue bloei:
- Denk aan duizendblad, wilde marjolein, koninginnenkruid, kattenkruid.
- Knip uitgebloeide bloemen niet te snel af: zaadhoofden zijn voedsel of schuilplek.
- Laat bloemen in het gras (zoals klaver en margriet) staan.
Bestuivers zoals bijen, zweefvliegen en vlinders zijn volop actief in juni.
3. Observatie en natuurlijk plaagbeheer
- Observeer dagelijks: welke insecten komen op bezoek? Zie je vraat?
- Voer geen strijd tegen “plagen” als bladluizen of rupsen — ze zijn voedsel voor vogels en lieveheersbeestjes.
- Bestrijd alleen bij ernstige schade en dan op natuurlijke wijze.
Balans komt door het toelaten van de hele keten: ook van “lastige” beestjes.
4. Respecteer rustplekken voor dieren
- Snoei niet in heggen of dichte struiken — vogels zijn nog aan het broeden of voeren.
- Laat takkenrillen, rommelhoekjes en stapels onaangeroerd.
- Controleer vóór maaien of er egels, padden of jonge vogels zitten.
Rust en veiligheid zijn cruciaal voor succesvolle voortplanting van veel soorten.
5. Zaaien en planten voor de tweede helft van het seizoen
- Zaaien van najaarsbloemen en groenten zoals:
- Phacelia, goudsbloem, mosterd, snijbiet, boerenkool, venkel.
- Plant na een regenbui – dan slaat alles beter aan.
Een tweede bloei- of oogstgolf verlengt de levenscyclus in je tuin.
6. Water slim inzetten
- Water geven in de vroege ochtend of late avond voorkomt verdamping.
- Gebruik opgevangen regenwater (regenton) zoveel mogelijk.
- Laat onbedekte aarde nooit uitdrogen — mulchen!
Water = leven, maar efficiënt omgaan met schaarste is duurzaam tuinieren.
7. Verzorg bijen, vlinders en andere bestuivers)
- Laat wilde bloemen doorgroeien en laat ze zaaien.
- Plant kruiden zoals tijm, oregano, munt en lavendel — bijen zijn er dol op.
- Bied schaduwplekken en water aan voor insecten.
Insecten zijn cruciaal voor bestuiving en als voedselbron voor hogere dieren.
8. Laat ruimte voor natuurlijke processen)
- Maai selectief en gefaseerd: laat delen van het gras staan.
- Gebruik geen robotmaaier ’s nachts → gevaar voor egels!
- Ruim niet te veel op: een beetje ‘rommel’ is essentieel voor leven.
Diversiteit ontstaat uit chaos, niet uit perfectie.
In juni begeleid je het leven in je tuin: laat bloemen bloeien, observeer het ecosysteem, voed de bodem, en geef dieren rust, ruimte en water — alles draait om onderhoud van een natuurlijk evenwicht.
In juli staat de tuin letterlijk en figuurlijk in volle bloei — maar het is ook een maand van uitdroging, hittestress en verhoogde druk op het ecosysteem. Vanuit een biologisch, ecologisch en biodiversiteitsperspectief is juli dus een maand van onderhoud, observatie en besparing. Het doel: je tuin als zelfregulerend ecosysteem gezond houden, ondanks de zomerse extremen.
Tips:
1. Zorg voor een koel, levend bodemklimaat
- Mulch alles wat je kunt: met gras, stro, bladeren of versnipperd snoeiafval.
- Gebruik compost of compostthee als lichte bijvoeding.
- Niet spitten of schoffelen bij droogte — je verstoort het bodemleven en droogt uit.
Koele, vochtige bodem = actief bodemleven = gezonde planten.
2. Slim water geven
- Water geef je vroeg in de ochtend of laat in de avond.
- Geef gericht aan de wortel, niet op het blad.
- Gebruik regenwater uit een ton of grijs water als dat kan.
- Geef liever diep en minder vaak → stimuleert diepe wortels.
Efficiënt watergebruik beschermt het ecosysteem tegen uitdroging.
3. Bloei verlengen voor bestuivers
- Knip uitgebloeide bloemen deels weg (maar laat sommige voor zaadvorming).
- Laat klaver, distels, kattenkruid, lavendel en oregano bloeien — bijen, hommels en vlinders profiteren.
- Zaai nu najaarsbloeiers zoals korenbloem, boekweit, goudsbloem.
Continue bloei = continue voedselbron voor insecten.
4. Observatie boven interventie
- Let op balans tussen plantengroei en vraat.
- Accepteer wat bladluis of rupsen — het zijn voedsel voor vogels en insecteneters.
- Lok natuurlijke vijanden (bv. lieveheersbeestjes, sluipwespen, vogels) door biodiversiteit te bevorderen.
Niet ingrijpen is soms het beste beheer.
5. Insecten en kleine dieren ondersteunen
- Voorzie waterplekken voor insecten: een ondiepe schaal met steentjes.
- Laat stukken gras ongemaaid (zeker op arme grond → meer bloemen = meer bijen).
- Laat rommelhoekjes staan: hier schuilen kevers, spinnen, kikkers.
Juli is overlevingsmaand voor kleine dieren — geef ze ruimte.
6. Rust voor jonge dieren
- Snoei nog steeds niet in dichte hagen of struwelen → jonge vogels vliegen nog uit.
- Gebruik géén bladblazer of robotmaaier als je egels of andere kleine dieren in de tuin hebt.
- Vermijd verstoring van vijvers of rommelhoekjes.
Rust = cruciaal voor een gezonde opgroeigeneratie.
7. Zaaien voor late oogst of bloei
- Zaaien kan nog prima in juli:
- Groenten: veldsla, winterpostelein, snijbiet, radijs, rucola.
- Bloemen: phacelia, goudsbloem, mosterd, boekweit.
- Gebruik combinatieteelt om plagen te beperken (bv. basilicum bij tomaat).
Verlenging van het seizoen = verlenging van biodiversiteitscycli.
8. Structuur en schaduw voor dieren creëren
- Maak of onderhoud schaduwplekken onder struiken, heggen of klimplanten.
- Leg een takkenril of steenhopen aan voor insecten en amfibieën.
- Laat dood hout liggen – het leeft van binnen en is een kraamkamer voor kevers, bijen en zwammen.
Schaduw en structuur = bescherming tegen extreme hitte.
Juli vraagt om zorgzaam beheer: bescherm de bodem tegen hitte, verleng de bloei voor insecten, geef water met beleid, en laat ruimte voor leven in al zijn vormen.
Augustus is een overgangsmaand in de ecologische tuin: de zomer is nog volop bezig, maar de eerste tekenen van nazomer en herfst dienen zich aan. Veel planten zijn uitgebloeid of beginnen zaad te vormen, dieren bereiden zich voor op de herfst, en het bodemleven reageert op regenval na droge perioden.
Vanuit een biologisch, ecologisch en biodiversiteitsperspectief is augustus vooral een maand van verzamelen, ondersteunen, zaaien en observeren.
Tips:
1. Voed en bescherm de bodem
- Laat plantenresten en uitgebloeide stengels liggen → voeding voor bodemleven.
- Mulch verder aan met gras, blad, hakselhout of compost.
- Zaaien van groenbemesters zoals phacelia, boekweit of mosterd (na oogst).
Een actieve bodem in augustus = een gezondere tuin in de herfst én volgend voorjaar.
2. Zorg voor voortgezette bloei
- Laat bloemen die nog bloeien gewoon staan, ook al zien ze er wat verwilderd uit.
- Zaai najaarsbloeiers zoals goudsbloem, korenbloem, Oost-Indische kers, mosterd.
- Laat planten zaad vormen (voor vogels én om zelf te verzamelen).
Late bloei en zaadvorming voeden bijen, vlinders én vogels.
3. Zorg voor insecten en hun voortplanting
- Laat “rommelige” stukken tuin met stengels en dood hout met rust → nestgelegenheid.
- Zorg voor kale zonnige plekjes voor wilde bijen die in de grond nestelen.
- Laat afgevallen fruit liggen op een plek voor vlinders, wespen, kevers en egels.
Augustus is cruciaal voor de volgende generatie insecten.
4. Waterbeheer: bij droogte én regen
- Blijf spaarzaam water geven: alleen jonge planten of groenten, gericht en diep.
- Na regen: vang water op in regenton.
- Controleer vijvers en schalen met water voor vogels en insecten.
Augustus kan zowel droog als nat zijn — anticipeer op beide extremen.
5. Zaaien voor herfst en winter
- Zaaien van late groentegewassen: veldsla, winterpostelein, spinazie, raapsteel, snijbiet.
- Zaaien van bloemen die overwinteren en vroeg bloeien volgend jaar:
- bv. klaproos, korenbloem, gele ganzenbloem, margriet.
Vroege zaaimomenten = vroege bloei en oogst volgend jaar.
6. Dieren ondersteunen bij overgang naar de herfst
- Laat zaaddozen, bessen en fruit hangen/liggen – vogels en zoogdieren profiteren.
- Maak egelschuilplaatsen van bladeren, takken of speciale egelkastjes.
- Snoei nog steeds niet te drastisch – vogels gebruiken struiken als schuilplek.
Dieren beginnen in augustus al met voorbereiden op de winter.
7. Verzamel zaden
- Oogst zaden van je favoriete bloemen en inheemse planten.
- Droog ze op papier op een droge plek, bewaar in papieren zakjes.
- Ruil of zaai ze later zelf weer uit.
Zaden verzamelen is een duurzaam alternatief voor elk jaar nieuw kopen.
8. Blijf observeren, maar laat met rust
- Sla geen alarm bij wat vraatschade – dit is normaal in deze tijd.
- Vlinders, rupsen, slakken en wespen zijn overal → laat ze met rust, ze maken deel uit van de kringloop.
- Observeer wat leeft en groeit zonder te grijpen naar ingrijpen.
Natuurlijke processen zijn niet ‘netjes’, maar wel waardevol.
In augustus verzorg je de bodem, laat je de natuur z’n gang gaan, zaai je vooruit, oogst je zaden, en ondersteun je insecten en dieren bij hun voorbereiding op de herfst.
September is een maand van overgang en afronding. De dagen worden merkbaar korter, de dauw blijft langer liggen, en het groeiseizoen vertraagt. Vanuit een biologisch, ecologisch en biodiversiteitsperspectief is september een maand van oogsten, opruimen met mate, zaaien voor de toekomst en zorgen voor overwinteringsplaatsen.
Hieronder vind je de belangrijkste tuinactiviteiten voor september, met focus op het ondersteunen van natuurlijke processen en soortenrijkdom.
Tips:
1. Bodem verrijken en voorbereiden
- Strooi compost of mulch op kale plekken: voeding én bescherming voor bodemleven.
- Zaai groenbemesters (bv. phacelia, rogge, bladrammenas, veldbonen) na het oogsten van groentebedden.
- Bedek de grond met bladeren, hakselhout of stro als je niets zaait → voorkomt uitdroging en erosie.
Een levende en bedekte bodem gaat sterk de winter in en komt actief het voorjaar uit.
2. Zaaien voor vroege bloei en oogst in het voorjaar
- Zaai tweejarige bloemen zoals:
- Vergeet-mij-nietje, damastbloem, muurbloem, vingerhoedskruid, boerenkool.
- Zaai groenblijvende wintergroenten: veldsla, winterpostelein, spinazie, rucola.
- Zaai inheemse wilde bloemen (koudkiemers) die pas in het voorjaar kiemen:
- Knoopkruid, margriet, klaproos, korenbloem.
Zaaien in september zorgt voor vroege bloei én biodiversiteit volgend jaar.
3. Zorg voor bestuivers die overwinteren
- Laat uitgebloeide bloemen en stengels staan – wilde bijen overwinteren hierin.
- Laat zaaddozen zitten voor zaadetende vogels en overwinterende insecten.
- Zorg voor beschutting: laat hoekjes rommelig, dek de bodem niet helemaal op.
Veel insecten overwinteren als larve of pop in stengels, holtes of bladeren.
4. Oogst én laat liggen
- Oogst wat je nodig hebt, maar laat ook iets liggen:
- Appels, peren, bessen → voedsel voor vogels, egels, vlinders en kevers.
- Zaden van bloemen en groenten → zelf gebruiken of als voedselbron.
Niet alles hoeft “opgeruimd” te worden — natuur recyclet het vanzelf.
5. Zorg voor schuilplekken voor overwinteraars
- Maak een takkenril of bladerhoop voor egels, amfibieën en insecten.
- Laat afgevallen bladeren liggen onder heggen en struiken.
- Vermijd gebruik van robotmaaiers en bladblazers — ze verstoren overwinterende dieren.
Een veilige plek in de herfst is overlevingskans in de winter.
6. Help vogels bij de voorbereiding op de winter
- Laat bessenstruiken intact: lijsterbes, vlier, meidoorn.
- Maak nestkastjes schoon, maar hang ze niet weg — vogels gebruiken ze ook in de winter.
- Zorg voor vers water: ook bij koelere temperaturen.
Vogels beginnen in september al met het zoeken naar winterplekken en voedselreserves.
7. Observeer en leer van het seizoen
- Welke bloemen trokken veel insecten aan?
- Wat is vanzelf opgekomen en succesvol gebloeid?
- Welke plekken zijn droog gebleven, welke juist nat?
September is de ideale maand om lessen te trekken voor volgend jaar.
8. Maai- en snoeibeheer met mate
- Maai bloemenweides pas aan het eind van september of later, en dan gefaseerd.
- Laat sommige bloemen staan tot in de winter voor zaadeters.
- Snoei dode stengels pas in het voorjaar, tenzij ze echt omvallen of ziek zijn.
Wat voor jou ‘opruimen’ is, is voor de natuur een schuilplek of voedselvoorraad.
September is een maand van zacht vertragen: geef terug aan de bodem, zaai voor het nieuwe jaar, oogst met mate, en laat genoeg leven staan voor alles wat overwintert.
Oktober is de maand van afbouw, voorbereiding en loslaten — maar óók van rijkdom: de natuur is nog vol zaden, vruchten, bladeren en kleur. Vanuit een biologisch, ecologisch en biodiversiteitsperspectief is oktober dé maand om de bodem te voeden, overwinteringsplekken te creëren en te stoppen met ‘netjes’ opruimen.
Je legt de basis voor de veerkracht van je tuin in de herfst, winter én het voorjaar daarna.
Tips:
1. Bodem beschermen en opbouwen
- Bedek de bodem volledig: met blad, stro, compost of hakselhout.
- Laat oude plantenresten liggen (tenzij ze ziek zijn).
- Zaai laatste kans groenbemesters (bv. winterrogge, veldbonen, bladrammenas).
Een bedekte bodem = warmer, actiever bodemleven en bescherming tegen uitspoeling en erosie.
2. Laat insectenhotel en stengels met rust
- Laat afgestorven planten met holle stengels staan – daar overwinteren wilde bijen en kevers.
- Oogst geen bloemzaden meer als je ze in de tuin wilt laten uitzaaien.
- Gebruik géén bladblazer – je blaast letterlijk het leven weg.
Insecten overwinteren als ei, larve of pop in stengels, blad of in de grond.
3. Afgevallen blad = gratis ecosysteem
- Laat blad liggen onder struiken, heggen en op borders.
- Gebruik blad als mulch op groentebedden of paden.
- Maak een bladhoop voor egels en wormen.
- Niet doen: Blad opruimen van ‘wilde plekken’ of borders.
Blad is voeding, isolatie en habitat in één.
4. Creëer overwinteringsplekken voor egels en andere dieren
- Bouw een takkenril of laat een rommelhoek liggen.
- Laat composthopen met rust vanaf nu – egels en kikkers gebruiken ze als schuilplek.
- Gebruik geen machines meer in wilde delen van de tuin.
Egels, kikkers, padden en muizen zoeken vanaf oktober al een winterplek.
5. Zaaien en planten voor volgend jaar
- Plant bloembollen (ook inheemse soorten zoals wilde hyacint, bosanemoon).
- Zaai koudekiemers (bv. klaproos, korenbloem, beemdkroon, margriet).
- Plant vaste planten en struiken – ze wortelen nog prima bij zachte grondtemperaturen.
Wat je nu zaait of plant, bloeit vroeg en sterk volgend jaar.
6. Help vogels de winter in
- Laat bessenstruiken intact (vlier, lijsterbes, vuurdoorn).
- Laat zaadhoofden staan van zonnebloem, kaardenbol, distel.
- Hang eventueel vetbollen op bij strenge vorst, maar voer nog beperkt.
Vogels vinden in een biodiverse tuin vaak al genoeg zonder bijvoeren.
7. Maai gefaseerd of laat staan
- Maai bloemenweides of grasland pas nu (of in het voorjaar!), en dan in delen.
- Laat stukken ongemaaid voor overwintering van insecten en zaden.
Gefaseerd maaien = schuilplekken behouden én verjonging mogelijk maken.
8. Observeer en leer van het jaar
- Welke planten waren favoriet bij insecten?
- Welke bloemen bloeiden lang of vanzelf?
- Waar heb je droogte gehad, waar schaduw of plagen?
- Noteer inzichten voor betere plantkeuzes of aanpassingen volgend jaar.
Herfst is reflectietijd in de ecologische tuin.
Oktober is de maand waarin je het werk van de natuur zijn gang laat gaan: voed de bodem, laat blad en stengels liggen, ondersteun overwinteraars, en bereid in stilte al het nieuwe leven voor.
November is een stille, maar belangrijke maand in de ecologische tuin. Veel mensen denken dat “het seizoen voorbij is”, maar niets is minder waar. Onder de oppervlakte gebeurt nog van alles, en wat je nu wél of juist niet doet, bepaalt hoeveel biodiversiteit, bodemgezondheid en ecologisch evenwicht je volgend jaar terugziet.
Vanuit een biologisch, ecologisch en biodiversiteitsperspectief draait november vooral om:
Loslaten, beschermen, rust bieden, en het leven onder de grond ondersteunen.
Tips:
1. Bescherm en voed de bodem
- Laat de bodem bedekt met organisch materiaal: bladeren, stro, compost, snoeisel.
- Geen kale aarde! → dat leidt tot uitspoeling van voeding en afkoeling van het bodemleven.
- Zet compost om of leg een nieuwe hoop aan van herfstblad en groenteafval.
Een bedekte, actieve bodem blijft langer warm en voedt zichzelf de winter door.
2. Laat blad liggen!
- Blad op gazons of paden kun je verplaatsen naar borders, onder struiken of op bedden.
- Laat blad liggen onder heggen en bomen → schuilplek voor egels, kevers, kikkers.
- Maak een bladerhoop in een hoek van de tuin – dé perfecte overwinteringsplek.
- Niet doen: bladblazen of wegbrengen.
Blad is geen afval, maar huisvesting, voeding en bescherming tegelijk.
3. Laat plantenstengels staan
- Holle stengels van bloemen en kruiden zijn nestplekken voor wilde bijen en overwintering voor insecten.
- Laat zaaddozen staan: voedzaam voor vogels en muizen.
- Snoei alleen wat écht moet (bv. zieke of omvallende delen).
Winterstructuur = winterleven.
4. Maai alleen gefaseerd of helemaal niet meer
- Laat wilde gras- of bloemenranden staan tot het voorjaar.
- Als je maait, doe dit gefaseerd, zodat er altijd stukken overblijven als schuilplek.
Insecten, spinnen, amfibieën en kleine zoogdieren gebruiken deze plekken als winteronderkomen.
5. Zorg voor schuilplekken voor egels en andere dieren
- Laat composthopen, stapels takken en bladeren met rust vanaf nu.
- Maak of controleer egelhuisjes op een rustige, droge plek.
- Geen robotmaaiers meer gebruiken!
Egels gaan nu in winterslaap – niet verstoren is cruciaal.
6. Help vogels bij hun wintervoorbereiding
- Laat bessen, zaden en fruit aan struiken of op de grond liggen.
- Schoonmaak van nestkastjes? → alleen als er geen gebruik meer van wordt gemaakt.
- Hang voedersilo’s of vetbollen op bij vorst (zonder netje!).
Natuurlijke voedselbronnen zijn het beste, bijvoeren is bij kou een aanvulling.
7. Plant nog steeds!
- Bollen van inheemse planten kunnen nog prima de grond in (bv. sneeuwklokje, boshyacint, daslook).
- Vaste planten en struiken planten kan zolang het niet vriest.
- Inheemse soorten geven op termijn meer biodiversiteit dan sierplanten.
Vroege bloeiers volgend jaar = vroeg voedsel voor bijen en hommels.
8. Observeer en plan vooruit
- Noteer wat dit jaar goed werkte qua plantenkeuze, bloemen, timing.
- Bepaal nu waar je volgend jaar meer wilde bloemen, heggen of water wil.
- Teken eventueel een plan of schets voor meer ecologische structuur.
Rustige maanden zijn perfect om duurzame keuzes voor volgend seizoen te maken.
November is de maand van met rust laten: bescherm bodem, laat blad en stengels liggen, bied dieren een veilige schuilplek en leg in stilte de basis voor een biodiverse en veerkrachtige tuin.
December lijkt voor veel mensen het “einde van het tuinseizoen” — maar in een ecologische, biologische en biodiverse tuin is dat juist níet zo. Hoewel het zichtbaar leven in rust is, gebeurt er onder de grond, in holtes en tussen bladeren nog heel veel.
December draait om stilte, bescherming, en voorbereiding zonder verstoring. Het is een maand waarin je weinig hoeft te doen, maar waarin je wél veel kunt laten — en dat maakt een wereld van verschil voor de soortenrijkdom in het voorjaar.
Tips:
1. Bodem met rust laten
- Niet spitten of schoffelen – het bodemleven is in rust en moet met rust gelaten worden.
- Laat mulchlagen liggen: compost, bladeren of stro beschermen tegen kou en erosie.
- Gebruik de composthoop alleen passief – geen nieuw materiaal meer toevoegen als die al vol is.
Rust = herstel. De bodem herstelt zich van het groeiseizoen en bereidt zich voor op het volgende.
2. Laat blad, takken en stengels liggen
- Geen bladblazer! Laat blad liggen op borders en onder struiken.
- Laat holle stengels van planten staan – daar overwinteren insecten.
- Maak geen ‘winteropruiming’ – een rommelige tuin is nu een levendige tuin.
Wat voor mensen dood lijkt, is voor dieren leven: onder, in en tussen het dode materiaal.
3. Niet verstoren = beschermen
- Loop niet onnodig over rommelige of begroeide hoeken – daar kunnen egels, kikkers of insecten overwinteren.
- Laat compost-, takken- en bladerhopen onaangeroerd.
- Gebruik geen machines in de tuin (zoals robotmaaiers of bladzuigers).
Overwinterende dieren zijn kwetsbaar. Eén verstoring kan fataal zijn.
4. Bomen en struiken planten bij zacht weer
- Inheemse bomen en heesters kun je nog planten zolang het niet vriest:
- Denk aan meidoorn, lijsterbes, vlier, hazelaar, sleedoorn.
- Bollen kunnen zelfs nog in de grond (bv. sneeuwklokjes, krokus, daslook) als het niet te koud is.
- Gebruik geen turf of kunstmest – voed de bodem natuurlijk.
Inheemse soorten zijn essentieel voor lokale insecten en vogels.
5. Vogels helpen zonder afhankelijk te maken
- Hang voedersilo’s op met zaden en vetbollen (zonder netten!).
- Zorg voor vers water (ook als het licht bevriest).
- Laat bessen, zaden en fruit aan struiken en op de grond liggen.
Vogels vinden veel in een biodiverse tuin, maar een beetje hulp kan bij strenge kou nuttig zijn.
6. Voorbereiden op het nieuwe seizoen
- Maak een eenvoudig zaaiplan of plantplan voor het voorjaar.
- Bestel (of ruil) zaden van biologische en inheemse planten.
- Controleer gereedschap, compostbakken, regentonnen etc.
Wat je nu bedenkt, kun je straks duurzaam uitvoeren.
7. Observeren en waarderen
- Let op wat er nog leeft in je tuin: vogels, sporen, insecten in zonnige hoekjes.
- Geniet bewust van de structuur die blijft staan: silhouetten van planten, rijp op stengels.
- Noteer ideeën of observaties voor aanpassingen in het voorjaar.
Een biodiverse tuin leeft ook in de winter — je moet alleen anders kijken.
In december doe je weinig, maar laat je veel: geen opruimen, geen verstoring, wél bescherming en voorbereiding — zodat je tuin als levend ecosysteem de winter doorkomt en klaar is voor een biodivers voorjaar.

Laat je Inspireren: Een levende tuin zet je gevoel aan
Een ‘rommelige’ tuin is een paradijs voor biodiversiteit! Denk aan een hoekje met takken, een stapel bladeren of wat onkruid dat mag bloeien. Dit zijn essentiële schuilplaatsen en voedselbronnen voor insecten, vogels en egels. Zie hoe bijen zoemen rond kleurrijke bloemen en vogels naar je tuin komen om te badderen in je waterbakje. Deze kleine wonderen maken je tuin levendig en dragen bij aan een gezonde omgeving.
Sluit je aan bij ons: Word actief in de wijk.
Of je nu graag leert, doet of inspireert, er is een rol voor jou in het bevorderen van biodiversiteit.
De Groene Kenner
Ontvang onze tips en pas het toe in je eigen tuin.
De Groene Doener
Steek de handen uit de mouwen met wijkinitiatieven.
De Groene Ambassadeur
Organiseer en inspireer anderen in jouw directe omgeving.
“Hoe rommeliger de tuin, hoe blijer de natuur.”
Wil je meer weten of heb je vragen neem dan gerust contact met ons op via groen@deturfbergleeft.nl
